112 - Iedereen weet wel hoe ze bijvoorbeeld een brand door kunnen geven. Namelijk via het alarmnummer 1-1-2. wat veel mensen niet weten is wat gebeurd er als ik 1-1-2 bel en wat gebeurd er tot bijvoorbeeld de brandweer er is. Hier zullen wij u in het kort vertellen wat er gebeurd en hoe het werkt.
Als u 1-1-2 belt met uw mobiele telefoon komt u uit in ze regionale meldkamer in Zevenbergen, belt u met de vaste lijn dan komt u gelijk uit in de dichtstbijzijnde regionale meldkamer. Zoon meldkamer noemen de hulpdiensten GMC(Gemeenschappelijke Meld Centrale). Elke regio heeft zijn eigen meldkamer waar de meldingen binnen komen, de meldkamer in de veiligheidsregio Zuid-Holland-Zuid, bevindt zich in Dordrecht.
Nu zult u denken waarom kom ik eerst in Zevenbergen uit als ik mobiel 1-1-2 bel. Waarom dit is, is niet bekend, wel is dit landelijk geregeld en kunt u overal zitten, vanuit zeven bergen wordt u dan alsnog doorgezonden naar de dichtstbijzijnde regio.
U belt 1-1-2, dan krijgt u een zogenaamde Centralist aan de lijn, die vraagt u allereerst welke dienst u wilt spreken: politie, brandweer, of ambulance. Heeft u meerdere diensten nodig, vraag dan om de voornaamste, bijvoorbeeld er is brand met een slachtoffer. Vraag dan om de brandweer, deze zal een ambulance mee vragen bij de meldkamer ambulance.
In het geval van de voorgaande brand, vraagt u bij de eerste centralist om de brandweer. U wordt dan doorgeschakeld met de meldkamer brandweer, waar u een andere centralist aan de lijn krijgt, die u een aantal dingen vraagt, waaronder: Wat is er aan de hand, Waar is het, Zijn er slachtoffers bij betrokken, Bent u er zelf bij betrokken.
Hij kan eventueel om een aantal gegevens van u vragen zodat hij als het nodig mocht zijn u terug kan bellen.
Terwijl u nog aan de lijn bent met de 1-1-2 alarmcentrale/meldkamer, word er al een deel van het benodigde materiaal/personeel gealarmeerd, als het zou gaan om een woningbrand wordt er ondertussen alvast een Autoladder en een Tankautospuit gealarmeerd. Na deze alarmering in het systeem krijgt de brandweer deze op een zogenaamde pager/pieper, in zo'n melding staat meestal met welke voertuigen ze moeten uitrukken, met welke prioriteit, de zogenaamde PRIO, dus of het een spoedmelding is of een normale melding, de tijd van de melding, de datum, het adres, en wat er aan de hand is.
Nadat de vrijwillige brandweermensen deze hebben gehad, gaan ze vanaf huis of vanaf hun werk naar de brandweerkazerne om uit te rukken.
Beroepsbrandweermensen, zitten op de kazerne en gaan direct naar de voertuigen toe. Eenmaal in het voertuig kan de zogenaamde Bevelvoerder vragen om meer gegevens .Bijvoorbeeld, waar de brandkraan ligt, of er inmiddels meer bekend is, of er slachtoffers zijn, of er gevaarlijke stoffen bij betrokken zijn e.d., ook kan de Bevelvoerder vragen om andere diensten, bijvoorbeeld politie, ambulance, of zelfs om meer brandweer eenheden, maar ook om bijvoorbeeld een sleutelhouder van een pand.
Onderweg naar het adres, zal de Bevelvoerder de gekregen informatie doorspelen aan zijn manschappen, zodat die voor een deel weten wat er van hun verwacht wordt, en wat er precies aan de hand is. Hierna komt het voertuig "ter plaatse" op het adres en kunnen ze zien wat er aan de hand is. Eventueel, de melder uitvragen, en bovenal belangrijk, een eerste inzet beginnen bijvoorbeeld zoeken naar een slachtoffer en het verkennen van het pand, zodat men weet wat er waar in het pand aan de hand is. Mocht het zo zijn dat de Bevelvoerder van de eerste wagen erachter komt dat hij bijvoorbeeld een brand niet met het materiaal dat ter plaatse is, aan kan, zal hij op schalen naar bijvoorbeeld middelbrand. Als dit een woningbrand betreft en er was nog geen autoladder opgeroepen, zal er een autoladder, een 2e tankautospuit en een officier van dienst gealarmeerd worden. Bij een hulpverlening met bijvoorbeeld een beknelling, zal er opgeschaald worden naar middelhulpverlening.
Wij hopen dat u nu snapt wat een brandweerman in 8 minuten moet doen om bijvoorbeeld uw leven te redden of dat van een ander, en om bijvoorbeeld een brand te kunnen blussen.